24 november 2011
De twaalfde zitting: in Hoger Beroep Jan Janssen
Heel wat mensen wilden wel eens zien hoe alleskunner op volkscultureel gebied, Jan Janssen, zich zou redden in zijn zaak die hij in hoger beroep had aangespannen. De publieke tribune was dan ook met een 800-tal personen goed gevuld. Nadat de zichtbaar wat oudere leden van het Hoger Gerechtshof een beetje moeizaam de weg naar hun zetel gevonden hadden kon het juridisch steekspel losbranden. Aanscherpingen van de aanklaagpunten uit 2004 en nieuwe feiten vlogen over de bühne en werden door het volk aandachtig beluisterd en op waarheid beoordeeld. Getuigen kwamen in levende lijve of via videobijdragen hun zegje doen en in een aantal gevallen hun steun betuigen aan Jan. Zelfs muzikaal viel er heel wat te genieten, al waren de opnames van muzikale erupties van Jan Janssen hier en daar behoorlijk aan de valse kant. Maar volgens zijn advocaten moest men hem deze zwakke momenten toch wel kunnen vergeven. Na een leerzaam (of was het belerend) woord van Jan Janssen moest het volk zijn mening laten blijken. Hoewel een en ander niet goed te volgen was leek het dat het volk Jan wilde vrijpleiten van alle aantijgingen. En laat nu de heren van het Hoger Gerechtshof ook tot die conclusie komen. Gejuich bij de advocaten, die voor de eerste keer in het bestaan van ’t Wiecker Tribbenaol een zaak gewonnen bleken te hebben en ongeloof bij de officieren van jusititie. Maar dat werd vlot weggeslikt toen de president van het Hof zijn restricties bij de uitspraak opsomde. Jan Janssen zal het moeilijk hebben om reeds opgegeven rollen toch weer te gaan vervullen en om steeds weer nieuwe rollen erbij te pakken wil hij binnen de aangegeven perken blijven. De confrèrie van veroordeelden van ’t Wiecker Tribbenaol vond bij monde van haar voorzitter Theo Bovens dat alle andere leden nu ook een nieuwe kans moesten krijgen, maar toen het volk aangaf dat al die leden moreel eigenlijk een blanco strafregister hadden is dit voorstel toch maar van tafel gehaald. Gezien de vergevorderde leeftijd en constitutie van de leden van het Hoger Gerechtshof lijkt dat ook een verstandig besluit. |